De recreatie- en toerismesector is misschien wel de zwaarst getroffen sector in deze coronacrisis. We hebben nog niet eerder meegemaakt dat een gehele sector voor lange tijd gesloten wordt in het kader van de gezondheid van de gehele gemeenschap. De sector moet een hoge tol betalen voor de strenge maatregelen die getroffen zijn en die nog steeds voortduren. Voor velen zal het de komende tijd erop of eronder worden. Van het allergrootste belang om dus als sector nu al naar de nabije en verdere toekomst te kijken. Wat gaan we doen?

door Max van Leeuwen, zelfstandig adviseur in recreatie en innovatie, Pleisureworld

Het zijn rare en zware tijden voor ons allemaal, dat behoeft geen uitleg. COVID-19 bepaalt wat we wel en niet kunnen doen en we worden aangesproken op een eigen verantwoordelijkheid, die we maar moeilijk kunnen dragen. Met enige weemoed en hernieuwde waardering kijken we terug op onze vrijheid en weelde van voor deze crisis. Nu is alles anders en dat blijft ook zo. Samen moeten we aan de slag om onze maatschappij weer opnieuw vorm te geven.

Op korte termijn doen we dat door de inrichting van de anderhalve meter maatschappij. Dat vergt al een enorme inspanning en vraagt om een wezenlijk andere benadering van omgaan met elkaar, zowel privé als in het werk en in onze ontspanning. Op lange termijn is dit niet houdbaar. We zijn ten slotte sociale dieren, die je niet voor de eeuwigheid op afstand van elkaar kunt houden. We hebben ook de aandacht en warmte van elkaar nodig en dat wordt vooral ook geboden door het (fysiek) dichtbij kunnen zijn. Het bestrijden en later voorkomen van een nieuwe pandemie, gecombineerd met dit door ons zo sterk gewenste sociale leven lijkt nu een tegenstelling. Maar juist daar ligt de grote uitdaging voor de nieuwe maatschappij die we samen gaan inrichten.

We moeten nu dus al nadenken over wat we morgen, volgende maand, volgend jaar en over vijf jaar bereikt willen hebben. We zitten nu vooral in de modus van oplossen, ad hoc beslissen en het beperken van de schade met betrekking tot onze individuele gezondheid en het functioneren van maatschappij en economie. Maar hoe kan je nu besluiten nemen als je niet weet welke maatschappij we straks willen hebben? Eén ding weten we in ieder geval wel: we hebben allen de ambitie om er hoe dan ook sterker en beter uit te komen dan voorheen. Alleen over de manier waarop we dat gaan bereiken zijn de ideeën en meningen zeer verdeeld.

Medische en economische zorg lijken op elkaar

In deze vreemde tijden worden de overeenkomsten èn de samenhang tussen de medische zorg en de economie nog maar eens extra duidelijk. In beide streven we naar gezondheid en groei, hebben we een preventieve en een curatieve taak en staan we voor moeilijke beslissingen. De samenhang tussen de twee concentreert zich daarbij de laatste jaren steeds meer op de vraag wat een mensenleven waard is. In deze crisis zijn we niet toegekomen aan een echte maatschappelijke en politieke discussie over de keuzes die gemaakt moeten worden als het aantal IC patiënten het aantal beschikbare plaatsen gaat overschrijden. Wie mag blijven leven en wie laten we overlijden. Maar die discussie wordt onderhuids natuurlijk al lang gevoerd en is ook noodzakelijk. Artsen moeten regelmatig dit soort beslissingen nemen, bij rampen (triage), bij euthanasie of bij de wens van een patiënt om niet gereanimeerd te worden. Maar ook op een abstracter niveau worden, zonder dat de individuele gevallen bekend zijn, besluiten over leven en door genomen, zoals bijvoorbeeld door besluiten te nemen over het wel of niet toelaten en vergoeden van zeer dure medicijnen. De discussie en de besluitvorming is ook zeker noodzakelijk. De mens is nu eenmaal een sterfelijk wezen en we kunnen niet ten koste van alles iedereen in leven houden.

En hoe dan in de economie?

In het economische leven zien we dezelfde mechanismen. We willen gezond zijn en blijven. En als we ziek worden doen we ons best om beter te worden. Ook daar zijn honderden specialisten die weten wat goed voor ons is en hoe we beter worden. Met dezelfde grote kwaliteitsverschillen als die er in de medische wereld zijn. En waar in de medische wereld aspirine het wondermiddel is, is dat in onze maatschappij geld. Het verlicht tijdelijk de pijn, maar lost uiteindelijk de kwaal niet op. In de medische wereld gaan we met behulp van het stellen van vragen, de anamnese, proberen te komen tot een waarschijnlijk ziektebeeld, de diagnose, waarna we een passende behandeling gaan uitvoeren, de therapie. Tussen diagnose en therapie behoort echter nog een expliciete vraag, die we misschien wel graag uit de weg gaan, namelijk: gaat de therapie ook daadwerkelijk tot een verbetering leiden en met welke kosten gaat dat gepaard?

In het bedrijfsleven werkt hetzelfde mechanisme: als een bedrijf niet goed functioneert, dan gaan we onszelf de vraag stellen waar dat aan ligt. Er volgt in de meeste gevallen een conclusie, waarna actie ondernomen kan worden, op voorwaarde dat de oplossing ook daadwerkelijk bijdraagt aan de verbetering op korte en lange termijn. Als we dit nu heel praktisch toepassen op de huidige situatie in het bedrijfsleven, dan is a de anamnese relatief simpel: er zijn verschillende overheidsmaatregelen met betrekking tot COVID-19 genomen, bedrijven hebben beperkingen of zijn zelfs gesloten en hebben dus minder of geen inkomsten, terwijl de kosten op een gelijk niveau blijven. De diagnose: geldarmoede. De therapie: geld inbrengen. Maar zoals al eerder geconcludeerd lost dit het probleem niet op, het verlicht alleen tijdelijk de pijn. We moeten dus op zoek naar echte oplossingen, waarbij we echter wel rekening moeten houden met de tijdelijk of structureel veranderde omstandigheden.

We weten allemaal dat dit in sommige sectoren een zeer moeizaam proces gaat worden. En we realiseren ons ook wel dat lang niet alle bedrijven hier succesvol doorheen gaan komen. Er gaan slachtoffers vallen, sommige bedrijven zullen failliet gaan. Maar hoe weten we nu welke bedrijven we wel moeten steunen en welke niet? Allereerst is het daarbij van belang duidelijk onderscheid te maken tussen mensen enerzijds en organisaties en bedrijven anderzijds. Onze zorg voor alle mensen in onze maatschappij staat bovenaan. We hebben er heel lang over gedaan om met elkaar de maatschappij te bouwen die we nu hebben en waar we grosso modo allemaal in welvaart kunnen leven. Dat willen we uiteraard zo goed mogelijk in stand houden. Maar dat is niet hetzelfde als het in stand houden van alle bedrijven en organisaties waar deze mensen werkzaam zijn.

De recreatie- en toerismesector

Als we bovenstaande gedachten en overwegingen in ogenschouw nemen en deze toepassen op een sector die zeer zwaar getroffen is door deze crisis, de recreatie- en toerismesector, dan is het wel mogelijk tot een aantal conclusies en oplossingsrichtingen te komen. Ten eerste ligt er een eigen verantwoordelijkheid bij de bedrijven in de sector zelf om creatieve en innovatieve oplossingsrichtingen te bedenken, die tegemoetkomen aan de veranderde omstandigheden en de nieuwe maatschappij waar we naar toe groeien. En tegelijkertijd vergt die verantwoordelijkheid ook een kritische blik naar het eigen bedrijf en welke kansen het heeft op een waardevol voortbestaan.

Ten tweede ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de verschillende overheden om de bedrijfstak en de individuele bedrijven te ondersteunen, met geld en maatregelen, om dat waardevolle voortbestaan te bereiken. Maar dat moet wel vanuit een verantwoorde visie op de toekomst gebeuren, welke tegemoet komt aan de eisen en wensen die we gezamenlijk aan die toekomstige maatschappij stellen. Overheden hebben dus de plicht om die visie te ontwikkelen en te vertalen naar praktische criteria. Overigens zijn er veel thema’s waar die visie al gevormd is en waar alleen die praktische vertaalslag nog gemaakt moet worden, zoals bij milieu, klimaat, duurzaamheid, natuurbeheer en meer specifiek voor deze sector bijvoorbeeld massatoerisme, mobiliteit en vitale vakantieparken.

Ten derde hebben de sector, de bedrijven en de overheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de niet onbeperkte geldstromen te leiden naar de meest kansrijke bedrijven of op zijn minst te bepalen welke bedrijven niet ondersteund gaan worden omdat ze geen kans hebben te passen in de toekomstvisie van de sector, onvoldoende levensvatbaar zijn. Dit vereist moed, besluitvaardigheid en daadkracht van alle betrokkenen. Voor de korte termijn kan nog volstaan worden met de noodmaatregelen die nu van kracht zijn en mogelijk nog uitgebreid gaan worden. Voor de middellange en lange termijn is een pragmatische aanpak noodzakelijk, die nu al ingezet moet gaan worden om later vruchten af te werpen.

Praktisch aanpakken

Hoe kunnen we die pragmatische aanpak zo vormgeven, dat alle aspecten en de verschillende belangen waar we mee te maken krijgen ook voldoende aandacht krijgen? De verschillende betrokken partijen moeten hier in samenwerking mee aan de slag. Het proces is hierbij niet anders dan voorheen, maar de omstandigheden wel. Overheden maken beleid vanuit een geformuleerde visie en stellen kaders aan sectoren en het bedrijfsleven. Brancheorganisaties werken met hun leden aan de vertaalslag naar praktische kansen en mogelijkheden. Ondernemers maken toekomstplannen die binnen de kaders leiden tot een waardevol voortbestaan van het bedrijf. Overheden stimuleren daarbij de ‘genezing’ en ontwikkeling van bedrijven met behulp van maatregelen en geld, waarbij getoetst en besloten wordt op basis van de plannen die de ondernemers zelf, vaak met behulp van externe deskundigen gemaakt hebben. Juist deze deskundige professionals kunnen meedenken over omdenken, innovaties en nieuwe verdienmodellen en die moeten we dus nu volop inzetten.

Door: Max van Leeuwen, zelfstandig adviseur recreatie en innovatie
www.pleisureworld.nl

Max van Leeuwen is een zelfstandig adviseur op het gebied van recreatie en innovatie. Hij voert regelmatig opdrachten uit voor Pleisureworld en werkt al meer dan 25 jaar samen met Hans van Leeuwen. Diverse advies- en innovatietrajecten zijn al succesvol geïmplementeerd. Momenteel wordt gewerkt wij aan de conceptontwikkeling voor een gescheperde schaapskudde in opdracht van de provincie Drenthe en wordt voor de gemeente Maasgouw een inventarisatie uitgevoerd ten behoeve van de toeristisch-recreatieve infrastructuur. Daarnaast is Max als medeauteur werkzaam aan diverse uitgaven, waaronder ‘Recreatieplassen in Nederland, het nieuwe pretpark’, dat in het najaar zal verschijnen.

© 2020 Pleisureworld-Connect | Trendsetting in Leisure.
Top
Follow us:          
Pleisureworld

Pleisureworld